Provincie:Antwerpen.
Stad/Gemeente:Baarle-Hertog.

Legende van de Noorman Gelmel, heer van Zondereigen.(9de en 10de eeuw)


De legende van de Noorman Gelmel werd in Zondereigen van generatie op generatie mondeling overgeleverd. Pater Ladislaus (Jozef Segers) noteerde het verhaal in zijn dichtbundel ‘Gelmellied’ (1956). Volgens de legende is Zondereigen al veel ouder dan 750 jaar, een bewering die ondersteund wordt door archeologische vondsten en plaatsnamen. De eerste mensen verbleven lang voor onze tijdrekening in jagershutten langs de riviertjes het Merkske en de Noordermark. We gaan ervan uit dat de eerste permanente bewoning in Zondereigen dateert uit de Frankische tijd.

De legende van de Noorman Gelmel belicht de geschiedenis van Zondereigen en omstreken omtrent de negende en tiende eeuw van onze tijdrekening. De Zondereigense nederzetting werd toen opgeschrikt door Noormannen die met hun snekken de Noordermark kwamen opgevaren. Op Ginhoven gingen zij aan wal om te plunderen. De rovers vertrokken, verhandelden de buit in een verre streek en keerden telkens opnieuw terug. ‘Van Noorman wreed, verlos ons, Heer’ werd eeuwen later nog in Zondereigen gebeden.

Op een zekere lentedag landden alweer Noormannen op Spie, waar de Noordermark in het Merkske vloeit. Deze keer echter waren er vrouwen en kinderen aan boord en... hun leider, Gelmel, bleek zowaar een vriendelijk man te zijn. De groep wou zich vestigen op Ginhoven.

De graaf stemde toe en benoemde Gelmel tot leenman van Zondereigen. Ter verdediging werd een motteburcht opgericht: op een kunstmatig opgeworpen heuvel (motte) met een gracht rond de voet werd een houten toren of opperhof gebouwd met een palissade errond. Op het lager gelegen neerhof, dat eveneens omringd was door een gracht en een palenmuur, stonden hoevegebouwen en huizen van ondergeschikten. De westgrens van het leen werd versterkt met een stakenheuvel als een eerste schans tegen indringers via het water. Plaatselijke toponiemen als Vossenberg, Wijdhof (omheind hof) en Staakheuvel lijken de legende te bevestigen. Jammer genoeg werd de motte afgegraven in 1957.

De plaatselijke bevolking bleef na de oprichting van het Wijdhof gespaard van verdere invallen. De prijs die daarvoor werd betaald, was duur: de vrijheid moest worden ingeleverd en de landbouwers werden als laten verbonden aan de herenboerderij op Ginhoven. Het aanzien van Gelmel groeide en met succes dong hij naar de hand van Beatrijs, dochter van de heer van Breda. Dit wekte afgunst op bij de heer van Weelde. Omstreeks het jaar 910 kwam het tot een twist die uitliep op een tweegevecht. Gelmel kwam als overwinnaar uit de strijd toen hij de heer van Weelde om het leven bracht.

Daarop trok Gelmel het pelgrimskleed aan, vervoegde een bedevaarderskaravaan en trok als boeteling op weg naar het Heilige Land. Gelmel keerde niet meer terug naar zijn vrouw, noch naar het Wijdhof. Beatrijs kreeg nooit een bericht van wat haar man was overkomen. Eenzaam treurend bleef ze op Gelmel wachten in Breda. Het verhaal van de weggebleven heer verklaart ook de naam Zondereigen: het leen immers viel toen ‘zonder eigenaar’.

 

Deze pagina hoort bij stedeninfo.be