Provincie: Antwerpen
Stad/Gemeente:Hemiksem.


Kludde.

 

Het oude Heimissen, dat bos en speelhof was van "den Halt" tot "Sint-Bernard", en stronk en dreef en schaarhout van Bredestraat tot Groenenhoek en Kerkeneinde, zal voor "kludde" wel een ideaal operatieterrein zijn geweest. Hij profiteerde er ook van en kon rustig liggen wachten op mensen, die 's avonds met een zwaar hoofd en lamme benen huiswaarts gingen.

Onze landbouwers, moe van 't kaarten -ze begonnen al 's zondags na de hoogmis - bespraken en berijmden dan gewoonlijk met een half zatte kop de gebeurtenissen van de voorbije week ("rijmen en dichten" , konden ze ook, "zonder hun gat op te lichten") in deze aard:

Jan Bal
stond in zijn stal.
Lenard Vereycken
Stond te kijken
Cleman Zwaan (van Camp)
die kwam daaraan.
De Ridder
die kreeg den bibber (begon te beven).
Jan Claes
die schoot 'nen haas.
En Tist Verlinden
kon hem niet vinden-
De Vleugel
die had een paard bij zijnen teugel.
En Janneke
die vond 's anderendaags ons "manneke"
Verder wist onze zegsman het niet meer.

't Rijmpje was ontstaan -en is lang meegegaan - in een herberg "In dezen boerenhandel, is het goed voor den wandel. Hier in dezen uithoek hier, tapt men goed bier". Claes had effektief bij valavond een haas geschoten. Hij was betrapt. Hijzelf, en de boeren uit de omtrek, als getuigen, moesten op 't matje komen bij "mijnheer de graaf" (van 't kasteel). Het bleef, bij gebrek aan een "corpus delicti", bij een zeer strenge berisping.

Nadat ze zich een tijdje met dichten geamuseerd hadden kwam het gesprek onvermijdelijk op "kludde".

Niemand in Hemiksem had er enig vermoeden van wie of wat hij was. Van God... of van den duvel? Niemand heeft hem ooit één klank horen uitbrengen alleen maar zware vermoeide en pijnlijke zuchten. Hij besprong u langs achter, onverwacht en plakte aan uw lijf. En zwaar! 't Had geen naam. Menslief toch! Uw adem werd direkt hijgend en moeizaam. 't Zweet droop van uw lijf, ge kreegt precies lood in uw benen; alla toe, ge kondt geen schietgebedeken over uw lippen krijgen: "Zijde van God sprekt! Zijde van den duvel wekt! (wijkt)". Ge dacht er nog ni aan.

En dat duurde zo tot de dag in de lucht kwam en ge uzelf terugvondt, in een gracht, of tegen een boom, of aan de eerste huizen van 't dorp. Zo vertelden de boeren toch bij 't snoepen van hun laatste "dikkop" 's " 's zondagsavonds in "'t Boerenholleke" of "In de wandel..." bij Mieke Scholiers, of in "'t Molenhuis". D'r waren er die hem al verschillende keren gedragen hadden. Nog niet zo heel lang geleden is Sooike, zonder dat hij wist langs waar hij gegaan was, doodmoe en uitgeput en met een kop om te barsten wakker geworden op Moretusburg te Hoboken in een gracht: heel de nacht had hij met kludde op zijn rug rondgedoold. Hij was er twee dagen van onder de voet geweest. Maar de laatste keer - vóór veertien dagen - had hij "nondedju aan de Lie-Vrakesboom, daar aan 't Liefkensdreefken, iets zien liggen". Wat ? Hij kon het niet zeggen. Maar gelukkig sloop hij voorbij, hield het ding in de gaten en hij zei 't gebed van keizer Karel of wat hij er zich nog van herinnerde: "De macht des Vaders zal mij bedekken...". En 't ding schoot zoefff "met veel lawijt" aan hem voorbij: zoefff-snel als de bliksem.

Er waren erbij die hem bijna alle weken moesten dragen, als ze 's avonds van de "repetitie" van de fanfare kwamen. Bij het naar huis gaan waren ze nog maar pas aan de Lieve-Vrouwkensboom of "krek", ze hadden het zitten.

Ge kondt de toehoorders zien zitten bibberen, met bleke gezichten, aan de uitdovende leuvense stoof. Ze dierven geen van allen alleen weggaan en verscheidenen onder hen probeerden, ééns buiten, zich het gebed van keizer Karel te herinneren. Hoe was 't ook weer ? "De Vader... de Zoon... Begot! Ik weet het niet meer!".


Deze pagina hoort bij stedeninfo.be