Provincie: Antwerpen
Stad/Gemeente: Mol.

 

Het duivelsgebroed .


Er waren lieden die zaken deden met de Duivel.

Een Edelman en zijn Dame kwamen aangereden te Postel in een prachtige koets. Ze gaven de kinderen een doosje. Een heel leuk doosje. In dat doosje zat een klein diertje... Wie in het bezit ervan kwam geraakte het niet meer kwijt, of het moest gestolen worden.

Een knecht van de Abdij had ook zo een doosje. Hij kocht een mooie nieuwe rode zakdoek. En stak de zakdoek in het doosje. Hij sloot het, er zorg voor dragend dat er een klein stukje stof bleef uithangen. De zakdoek werd gestolen, en op deze manier geraakte hij ook verlost van het doosje.

Al wie zo een doosje had kon niet ter Kerke gaan en kon zelfs niet meer bidden...

Bij het eten spuwden ze hun eerste happen tussen hun benen op de grond. Dat was voor de Meester. (Duivel)

Maar zij konden wel dubbel zoveel werk verrichten dan anderen. Ze ploegden per dag een stuk land om dat tweemaal zo groot was dan enig ander man kon omploegen in dezelfde tijdspanne. .Ze konden zakken dragen die tweemaal zwaarder waren dan enig ander mens kon dragen. Ze konden zelfs met een enkele hand een volle kar voortduwen...

Met dank aan Raymond Praet
Deze pagina hoort bij stedeninfo.be