Wilrijk het geitendorp.
Eén van de betekenissen
van de benaming geit is o.m- springen, spelen. De geit is dus een levendige
en opgeruimde kameraad die ons melk en vlees bezorgt. We kennen dan ook talloze
tamme en wilde geitensoorten.
In het verleden is Wilrijk altijd een arme gemeente geweest. Welstellende burgers
woonden op een kasteel of hof van plaisantie, de boeren bezaten een hoeve en
een grote veestapel, de arbeiders daarentegen hadden amper een huisje om in
te wonen. Om toch wat vlees en melk te hebben om te kunnen overleven hielden
ze meestal een geitje. Daarom wordt de geit ook wel eens de koe der armen genoemd.
En hoewel de geiten in het verleden zeker niet de meerderheid uitmaakten van
de totale veestapel in Wilrijk, toch werd er smalend of zelfs minachtend gesproken
over de bezitters van zo'n geitje.
![]() |
In 1895, iets meer dan
honderd jaar geleden dus, vonden er in Wilrijk gemeenteraadsverkiezingen
plaats. Het was een zeer heftige verkiezingsstrijd tussen twee partijen,
namelijk de katholieken en de liberalen. Blijkbaar gebeurden er in die tijd
ook reeds onregelmatigheden en is het nu eenmaal een menselijke zwakte om
de fouten van een ander door een vergrootglas te bekijken.
De katholieken werden meermaals door de liberalen op hun vingers getikt
of op hun zogenaamde fouten gewezen. De katholieken bleven echter doof voor
al de beschuldigingen van de tegenpartij zodat de liberalen alle inwoners
van Wilrijk, als loon voor hun laksheid, tot geitekoppen doopten. Van toen
af werd Wilrijk een Geitendorp genoemd, haar inwoners geitekoppen. Schimp
en spot deden de rest en soms kwam het zelfs tot onvergetelijke veten.