Het doolhof
Onze Moorsberg
werd in 1400 genoemd ”Het Doolhof„ en breidde zich uit, onder die
benaming, tot op onze Caelenberg. Het Doolhof was op verscheidene plaatsen ondermijnd
door holten die bewoond waren en later aangevuld, zodat zij moeilijk nog herkenbaar
zijn. Vandaar misschien de naam ”Holleman,, die de oudste eigen Nielse
naam kan zijn met Coelen of Caelen en Moors. Een holte bestond onder het gekend
oud huis Moors. In die holte woonde een oud wijf met name ”die Gnydige,,
Haar rug was zó krom gewassen dat zij niet kon gaan zonder met elke hand
te steunen op een stok. Deze twee dikke stokken waren eveneens krom geworden
onder de drukking. Hare vingers waren krom, bijna eenmiddelpuntig. Hare neus
buitenmate lang was puntig krom. Ze ging niet plat op de voeten maar op de enkels
wat veronderstellen deed dat hare benen krom waren. Ze had een tand drie of
viermaal te lang, in 't bovenste kaaksbeen links en die de onderste lip neerdrukte.
Die Gnydige was een heks. Daardoor kwam het dat ze zich kon veranderen in een
kat. Onder die gedaante sloop zij de huizen binnen om de gesprekken af te luisteren
en soms vond men ze bij 't slapen gaan onder het bed en ook zelfs in het bed.
De mensen durfden van die Gnydige geen kwaad spreken en als zij elkander dan
toch iets in 't oor fluisterden, keken zij rond om te zien of er geen kat nabij
was, zo werd dan gefluisterd dat het wijf een staart had…. enz.
![]() |
Die Gnydige
rookte de pijp, van de morgen tot de avond, uit een oude theepot gevuld met
gedroogde bladeren van kastanjebomen. Dit was 't geval wanneer zij thuis of
liever in haar hol bleef, maar ze ging veel uit en leefde van bedelen. Wie de
aalmoes weigerde zat vierentwintig uren later zo vol luizen dat hij Niel moest
verlaten om er van verlost te worden.
Als nu de 13de van de maand op een vrijdag viel, dan was er ´s nachts
vergadering bij die Gnydige op welke meer dan honderd katten tegenwoordig waren.
Ze kwamen van Glabbeek, van Oeteren, van As, maar bijzonder van Dilsen. De vrouwen
durfden die nacht niet in Niel blijven en de mannen lieten de gewijde kaars
de ganse nacht branden.
Op zekere Vrijdag-nacht 13de van de maand April kwamen, op afspraak, alle mannen
van het dorp, met bussels stro en droog hout geladen, tot voor het hol van de
heks, wierpen haastig hun last tegen de ingang en staken er vuur aan. Een afgrijselijk
gehuil van miauwende katten beantwoorden deze onvriendelijkheid: bijna alle
katten echter gelukten erin te ontsnappen door de vlammen heen terwijl de mannen
op de vlucht gingen. Welke was niet de algemene verbazing toen ´s anderdaags
alle vrouwen van Niel brandmerken droegen. Daarop volgden vechtpartijen en zelfs
moorden. In het hol van die Gnydige lag dood en verbrand een grote kat met kromme
rug, kromme poten